Diejalekt.

Twee triggers.

Eén: 

Een achtergelaten winkelbriefje in een winkelkarretje. Keurig geschreven en duidelijk leesbaar. Een hele verlanglijst maar twee items vielen mij op namelijk 200 gr. “sosies” en 200 gr. “jonge keis”. Kommisiejs.

Dialect en herkenbaar in het hele Vlaamse landsgedeelte.

Twee: 

Ooit moet een mens zijn boekenkast opruimen. Ik woon te klein en collecteren op mijn leeftijd grenst aan “hoarding”, hamsteren. Dus, alle boeken die ik gelezen heb, alle boeken die ik niet meer ga lezen (ik lees tegenwoordig erg veel digitaal) en alle boeken waaraan ik vroeger waarde hechtte maar nu niet meer, eruit!

Een autokoffer vol. Alleen de héél dierbare met veel herinnering en geschiedenis blijven nog over en ik heb nu plaats voor nieuwe ontdekkingen.

Zo stuitte ik ook op een boek dat ik vergeten was: “‘t Lommels Diejalekt” van Jos Jansen. Een publikatie van Vzw Erfgoed Lommel uit vorig decennium. Jos Jansen was mijn leraar Nederlands/Duits/Engels aan het Lommelse college, iemand waaraan je met heimwee terugdenkt. Hij heeft dus het Lommelse dialect volledig ontrafeld en beschreven in drie delen: 1. de gramméér, 2. den diksjëenéér  en 3. een verklarend  woordenboek Lommels/Nederlands.

Intense en leuke lectuur. Intens omdat Lommels niet mijn dialect is; in mijn heimat Stevensvennen (ook Lommel) spreekt men “Kempisch” en intens omdat het Lommelse dialect aan het uitsterven is. 

Maar je hoort het nog wel aan de spreektaal van Lommelse inboorlingen. Bijvoorbeeld als Lommels Senator Kris Verduyckt de senaat interpelleert is duidelijk zijn Lommelse afkomst te horen. Ook bij Hans Vanaken, voetballer en sterspeler van Club Brugge, is het Lommels dialect duidelijk te herkennen in interviews.

Ik hoor het graag en houd van dialecten…

Bij de wielerwedstrijden op TV denk ik bij een valpartij vaak aan de Lommelse woorden: “nen totter pa ën”. Vallen. 

Purée op het Lommelse menu is “pëtaziej”; misschien met wortelen: “peejkes pëtaziej” of met kool: “boewere kojl pëtaziej”.

Lekker in heel Vlaanderen, met een stukje spek natuurlijk!

Nederig zijn wij Lommelaren trots op dit werk van wijlen Jos Jansen: ons eigen dialect beschreven en ontleed in een fraai boek. Blijft zeker op mijn plank staan.

Vlaanderen gonst van de dialecten en de meesten zijn héérlijk om te horen. De Kempische dialecten zijn aan elkaar verwant en door mijn eigen variant versta ik ze bijna allemaal. Antwerpen heeft ook een eigen taal. Sommige inwoners van de “Stad” denken zelfs dat hun dialect “Beschaafd Nederlands” is! 

Chauvinistisch zijn de Antwerpenaren wel maar steeds met de nodige humor. Zo noemen zij een vrouw met grote borsten “ien me veurwielaondraaiving” of nog “z’ei veul volk in de stoase”.

Mooi toch? Luister naar The Strangers en geniet of luister naar de moppen van Gaston en Leo. Nostalgie!

Vlaams Brabant lijkt mij een lappendeken aan dialecten met speciale vermelding voor het Brussels! Héérlijk. Ik herinner me nog de uitzendingen vroeger op de radio van “Het li-eg plafonkt” vanuit de “poesjenelle” kelder met Toone de Plekker…

Doe mij een plezier en ga via YouTube eens naar Brusselse poëzie “Van een klein muizeke en een flesje cognac”. Ontroerend mooi en wat een herinneringen.

Vooral het gebruik van Franse woorden kruidt dit dialect zo mooi.

Limburgs ook. Zangerig en misschien wat trager, of véél trager, maar genietbaar en verstaanbaar, zelfs voor mij. Ik geef wel toe dat ik, hoewel ik een aantal jaren in Hasselt hebt gewerkt met fijne collega’s, vaak moeilijkheden had met de verstaanbaarheid van het Limburgs uit bijvoorbeeld Hasselt, Hoeselt, Diepenbeek…

En dan natuurlijk “De Vlaandres”. Oost en West.

Voor ons, Kempenaars, is er bijna geen verschil tussen Gents en Brugs maar ik weet zeker dat die inboorlingen wel protesteren en verschillen weten te duiden. Goed. Laat maar komen.

Voor de hele wereld onbegrijpelijk hoe in die twee provincies de letters “G” en “H” vlekkeloos van plaats wisselen. 

Een lieve vriendin uit Olen leerde mij dat “de Geilige Heest in de Gemel woont!

Ik vond dit hilarisch, misschien omdat “de Heilige Geest” niet in de Hemel woont.

Zo was ik ook ooit met een gezelschap mét gids in Brugge en onze Brugse gids had last van opmerkingen uit het gezelschap over zijn uitspraak. 

Tot hij het over een kruisbeeld had: “Gelemaal van Hout”!

En toen iemand lachend vroeg of het nu van goud of van hout was antwoordde hij geërgerd: het is “verHuld”. Zoiets vergeet ik niet. Nooit.

Andere dingen wel maar ik ga stoppen want de voorraad is op. 

Ik met mijn “muhhenhe’euhen”. 

Zoek het maar op!

Groetjes vanuit mijn hartje dat opgewekt is dat ik nog eens luisterde naar het poëziestukje van “het muizeken en het flesje cognac”;

vanuit mijn zieltje dat het wel jammer vindt dat de dialecten stilaan verdwijnen en zich afvraagt of het aan de globalisering ligt of in de long run aan de klimaatopwarming 

en vanuit mijn buikje dat goed het verschil kent tussen Gent en Brugge;

dankzij de “Gentse Waterzooi” uit “Het Klokhuis” in Gent en dankzij Wim Ballieu met zijn gehaktballen in “Balls&Glory”.

Laat me eindigen met woorden van Jean Ampery:

Taal is geschiedenis en het collectieve geheugen 

Van een volk.

En ze is spiegel van de werkelijkheid!

Men kan haar niet bewust veranderen

Met geweld nog met geduld:

Ze is en wordt!

Recente Schrijfsels

Recente Reakties